Geen reclame

billboard

Klachteninstituut Kifid heeft geoordeeld dat een financieel adviseur bijna 8.000 euro moet terugbetalen aan een klant: verkeerde informatieverstrekking over de kosten van een overlijdensrisicoverzekering. En het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een adviseur veroordeeld tot het terugbetalen van 30.000 euro aan een klant die in ‘foute’ beleggingen was gestapt. Dat is geen reclame voor de financieel adviseur. De reacties van de beroepsgroep op met name de laatste uitspraak zijn dat evenmin.

Onno van Overbeeke Financieel Advies uit Schagen kreeg de Kifid-uitspraak aan de broek. Uit de uitspraak blijkt dat Onno al had toegegeven dat zijn advies niet helemaal kloppend was geweest. In de klachtenprocedure heeft hij geen verweer gevoerd. De eisen van de consument zijn dus (vrijwel volledig) toegewezen. Ik vraag me af waarom Onno er niet met de klant zelf uit kon komen. En waarom hij zijn zegje niet heeft gedaan voorafgaande aan of tijdens de zitting bij Kifid. Zo’n zaak is vervelend voor de (vertrokken) klant, maar ook voor de (erkend hypotheek)adviseur zelf. Bovenop het te vergoeden bedrag komt de antireclame die een Kifid-uitspraak nu eenmaal is.

En in Arnhem stond een financieel adviseur voor het gerechtshof omdat hij een klant een lijfrentepolis had laten afkopen en had ‘getipt’ dat het bedrag wel eens gunstig op een Oostenrijkse ‘internetspaarrekening’ kon worden gestort: 2,5% rente per maand. Zo gezegd, zo gedaan. Alleen bleek later de som van ruim 30.000 euro foetsie. De klant gaat naar de rechtbank, die in eerste instantie geen schadevergoeding toewijst.

Maar het hof doet dat wel. De buitencontractuele zorgplicht is geschonden. Als je de uitspraak leest, dan lijkt dat zeker het geval. De adviseur stelt “dat hij door een kennis was geattendeerd op de mogelijkheid om te beleggen in een buitenlands fonds […]. Deze kennis zou in contact zijn gekomen met een Duitse zakenman, [persoon 1], die hem op deze beleggingsmogelijkheid had geattendeerd.” Dus zo gaat dat: je hoort via via wat en ‘tipt’ dan je klant. Maar je bent wel adviseur. En dan denkt de klant dat je weet wat je doet. Want hij heeft vertrouwen in jou.

Vervolgens reageert adviserend Nederland op internet. “Het lijkt of de rechter van mening is: eenmaal een adviseur betekent levenslang een adviseur”, “de financieel adviseur zit in een uitzonderingspositie” en dat soort kreten. Dat is misschien nog wel de grootste antireclame! Het zou goed zijn als financieel adviseurs zich eens wat minder gingen indekken en afzetten tegen rechters en klachteninstituten. Als je je gezond verstand laat spreken, moet je het toch eenvoudigweg eens zijn met beide uitspraken?

 

Rob van de Laar

Over Rob van de Laar

Rob van de Laar is tekstschrijver en journalist. Hij schrijft artikelen in opdracht van diverse bedrijven en media. Hij werkte jarenlang bij AssurantieMagazine. Hij studeerde Nederlands. Hij is gek op taal en wordt gek van taalfouten. Hij is ervan overtuigd dat hij die zelf nooit maakt.